Fiche 4.2 - Indeling van tegels

Indeling van tegels

Bij rechthoekige ruimtes spant u best een richtsnoer over de vloer, door het midden van het lokaal heen, evenwijdig met de zijwanden. Op basis van dit richtsnoer dient de eerste rij tegels geplaatst te worden.

Begin aan het richtsnoer met een voeg of met het midden van de tegels. De volgende tegels dan langs de wand leggen.

Si le mur ne doit pas être carrelé à une hauteur définie, commencer à carreler par le bas.

Si la hauteur est précise, commencer à carreler par le haut et disposer les carreaux coupés en bas.

Bij nissen en vooruitstekende gedeeltes ofwel aan de buitenrand met volledige tegels beginnen (rij op maat gesneden stukken in het midden) of eerst van binnen volledige tegels leggen (rij op maat gesneden tegels aan beide buitenranden).

Bij rechthoekige wanden duidt u met een schietlood het midden van de wand aan. Op basis hiervan worden de tegels geplaatst. De breedte van de randtegels moet minstens een halve breedte bedragen.

Bij muurranden en pijlers begint men steeds aan de buitenkant met volledige tegels en de op maat gesneden stukken worden in de hoeken verwerkt.

Hebben de tegels voor de wanden en de vloerbedekking dezelfde afmetingen, dan richt u het voegenverloop voor de vloerbedekking naar het voegenverloop van de wandbetegeling. Let bij de belendende lokalen ook op het doorlopend voegenverloop.

Uitzetvoegen dienen precies onder de deurvleugel gesitueerd te worden. Schenk ook de nodige aandacht aan uitzetvoegen in de dekvloer.